Algemeene Rivierkaart 2e Herziening, Serie II (kaartblad 20: Schiedam)


Home | Kaarten | Algemeene Rivierkaart Tweede herziening | Algemeene Rivierkaart 2e Herziening, Serie II (kaartblad 20: Schiedam)
Algemeene Rivierkaart 2e Herziening, Serie II (kaartblad 20: Schiedam)
Datering: 1937
Bron: Rijkswaterstaat

EEN AFDRUK VAN DEZE KAART BESTELLEN? KLIK HIER

Op 15 april 1829 besloot de minister van Binnenlandse Zaken tot het maken van uniforme kaarten van alle grote rivieren in Nederland, de “Algemeene Rivierkaart van Nederland”. Daarmee werd het startsein gegeven voor een karteringsoperatie die in de 100 jaar daarna leidde tot een indrukwekkende collectie rivierkaarten. Door de grote schaal...

EEN AFDRUK VAN DEZE KAART BESTELLEN? KLIK HIER

Op 15 april 1829 besloot de minister van Binnenlandse Zaken tot het maken van uniforme kaarten van alle grote rivieren in Nederland, de “Algemeene Rivierkaart van Nederland”. Daarmee werd het startsein gegeven voor een karteringsoperatie die in de 100 jaar daarna leidde tot een indrukwekkende collectie rivierkaarten. Door de grote schaal (1:10.000, soms zelfs 1:5000) en het hoge niveau van karteren en reproduceren zijn het kaarten die een ongekend gedetailleerd beeld geven van het Nederlandse rivierenlandschap door de jaren heen. Ze bieden niet alleen een schat aan informatie, maar zijn ook schitterend om te zien.

B.H. Goudriaan, Hoofdingenieur in algemene dienst, kreeg de leiding over de werkzaamheden. Ter dekking van de kosten besloot men “eene somme van Twee Duizend Guldens bij wijze van credietopening, (…), uit de inkomsten der Rhijnvaart beschikbaar te stellen”. Na zijn overlijden in 1843 werd Goudriaan opgevolgd door L.J.A. van der Kun.

Het Nederlandse rivierlandschap was (en is) continu onderhevig aan veranderingen, zowel door natuurlijke oorzaken als door toedoen van de mens. Die dynamiek betekent dat ook de kartering van de rivieren feitelijk een doorlopend proces is. De eerste editie van de Algemeene Rivierkaart verscheen tussen 1830 en 1864. Al in 1871 werd begonnen met de eerste herziening. En toen die eerste herziening in 1908 was afgerond, werd een jaar later het startsein geven voor de tweede herziening... 

Uitgebreidere informatie over de Algemeene rivierkaart van Nederland vindt u hier.

Deze kaart van de Nieuwe Maas bij Schiedam is een voorbeeld van de tweede herziening. De kaart werd uitgegeven in 1937 en geeft een prachtig beeld van de situatie medio 1935, toen de "laatste verkenningen en terrestrische bijmetingen" werden gedaan, aldus de tekst rechts onderaan. Doordat de kaartbladen van de Nieuwe Maas, de Nieuwe Waterweg en de Hollandsche IJssel werden uitgegeven op schaal 1 : 5.000 (in plaats van 1 : 10.000, zoals gebruikelijk) is het detailniveau zeer hoog.

De overlay van de kaart laat zien dat er op de noordelijke oever van de Nieuwe Maas relatief weinig veranderd is in de stedenbouwkundige structuur. De meest zichtbare en ingrijpende verandering is de Ring A4, die in 1967 geopend werd. Onderdeel daarvan was de eerste Beneluxtunnel. De Tweede Beneluxtunnel, inclusief metrolijn, werd op 2 november 2002 in gebruik genomen. 

De zuidelijke Maasoever is beduidend meer veranderd sinds 1935. Destijds lag Pernis nog als een zelfstandig, 'los' dorpje aan de rand van het Rotterdamse havengebied. Tegenwoordig lig het midden tussen de havens en industrieën die sindsdien gerealiseerd zijn. 
Oostelijk van Pernis, tussen de Heysehaven en de toegang tot de Eemhaven, ligt een heel bijzonder overblijfsel uit vroeger tijden, op de kaart aangeduid als QUARANTAINE INR. GEM. ROTTERDAM. Voor de opvang van zeelieden die besmet waren met gevaarlijke tropische ziektes moest iedere havenstad beschikken over een dergelijke voorziening. 
Het complex werd tussen 1928 en 1934 gebouwd als werkverschaffingsproject tijdens de crisisjaren. Het besloeg een terrein van 6 hectare en bestond uit 10 gebouwen met elk een eigen functie: portiershuis, mortuarium, ziekenbarak, isolatiebarak, zusterhuis, beheerderswoning, badhuis annex ontsmettingsinrichting, keukengebouw, chloorhuisje, en drie kontaktbarakken.
In het jaar dat met de bouw werd begonnen ontdekte Alexander Fleming de penicilline, waarmee het eerste algemeen bruikbare antibioticum kon worden gemaakt. Daardoor werd de quarantaine inrichting eigenlijk al tijdens de bouw overbodig. Besmette zeelieden werden er nooit opgevangen en in 1940 werd het geconfisqueerd door de Duitse Kriegmarine. Tussen 1945 en 1953 werd het complex wel gebruikt voor andere medische doeleinden, en de contactbarakken zelfs nog tot 1981. In dat jaar kwam het in handen van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam. De contactbarakken werden tussen 1986 en 1991 gesloopt. Sloop van de rest kon met moeite worden voorkomen. Tegenwoordig wonen en werken er kunstenaars en is de voormalige quarantaine inrichting uitgegroeid tot een professionele productie plaats voor de culturele sector. Voor meer informatie over dit bijzondere stukje Rotterdam: klik hier
Lees meer